doelen

Voor de meer getalenteerde leerlingen leidt de overgang naar de 4e tot een cultuurschok: in de 3e konden ze met (alleen) opletten goed meekomen, maar nu gaat het niveau snel omhoog en zullen ze aan het werk moeten.

Het is belangrijk om het zelfvertrouwen van de leerlingen in stand te houden als ze tegenkomen dat het ineens niet meer vanzelf gaat. Het voornaamste doel is dus: leren leren!

Voor 4HAVO leerlingen komt het examen ineens akelig dichtbij...

onderwerpen

Omdat elke methode anders is, zal de volgorde en de titel van de onderwerpen die aan de orde komen ook anders zijn. Ik heb de onderwerpen in onderstaande volgorde gezet omdat dit DIDACTISCH gezien handig is, vanwege het toenemende abstractieniveau. 

protonen, neutronen, atoomnumtmer, atoommassa, elektronen, ionen, periodiek systeem, covalentie, valentie, K-, L-, M-schil

vanderwaalsbinding, covalente binding, polaire atoombinding, waterstofbrug, ionbinding, metaalbinding, atoomrooster, molecuulrooster, metaalrooster, ionrooster, oplosbaarheid, adsorptie, hydratatie

covalentie, naamgeving, aardolie, gefractioneerde destillatie, kraken, additie, substitutie, oplosbaarheid, hydrofiel, hydrofoob, emulgator

valentie, oxidatiegetal, verhoudingsformule, oplosbaarheid, oplosvergelijking, neerslagvergelijking, molariteit

Atomaire massa-eenheid, relatieve atoommassa, molecuulmassa, molaire massa, molariteit, molverhouding, stoechiometrische verhouding, %, ppm, ppb

zwak en sterk zuur, proton, protondonor, zuurrestion, zure oplossing, base, basische oplossing, protonacceptor, zuur-base reactie, protonoverdracht

reductor, elektronendonor, oxidator, elektronenacceptor, elektronenoverdracht, halfreactie, totaalreactie, batterij, (elektro)chemische cel, pluspool, minpool, redoxkoppel, elektrolyt, zoutbrug, elektrode, stroom leveren, ontladen, opladen, brandstofcel

Condensatie, hydrolyse, koolhydraten, glucose, esters, vetten, triglyceriden, (on)verzadigde vetzuren, glycerol, eiwitten, aminozuren, peptidebinding.

problemen

De concepten worden abstracter. Vaak leidt dit tot problemen met het herkennen van de juiste context in een toetsvraag. Een veelgehoorde klacht is dan "de vragen op de toets lijken niet op wat in het boek staat". Het begint natuurlijk allemaal met het (her)kennen van de vakbegrippen. Maar hoe oefen je inzicht?

inzicht

In veel leerboeken staan schema's als hulpmiddel om problemen op te lossen. De vragen die gesteld worden zijn dan  "van-voor-naar-achter" oefeningen in toepassen. Een leerling die dit alles netjes oefent, traint geen inzicht.

Oefen daarom ook vaak met opdrachten die inzicht vragen, bijvoorbeeld door van eenzelfde probleem eens de oplossing te geven en naar het begin te vragen (van-achter-naar-voor). Je kunt voor inzichtsvragen ook putten uit (HAVO) examens, of olympiades. Een inzichtsvraag is te beantwoorden met de geleerde stof, maar vraagt een andere aanpak dan wat geoefend is. Voorbeelden van stukjes les die inzicht oefenen vind je bij de onderwerpen.

 

Door de leerdoelen helder te stellen, wordt het voor leerlingen makkelijker om in te zien hoe zich dit in een toets zal vertalen. Door te oefenen van-voor-naar-achter EN andersom wordt herkenning ook gemakkelijker. De kroon op je werk is, als je leerlingen kan vragen om ZELF bij elk leerdoel een toepassings- en een inzichtsvraag te formuleren...en als die in de toets te gebruiken zijn!