lessen zouten

zoutenspel

Elke leerling krijgt een ionsoort toegewezen. Je kunt veel dezelfde ionen uitdelen, of veel verschillende (dat maakt het lastiger).

Laat de leerlingen de volgende opdrachten uitvoeren (met de oplosbaarheidstabel er bij)

1. Maak met een tegengesteld geladen ion een zout (houd elkaars handen vast: het is een vast zout)

2. Het lokaal wordt nu gevuld met water. Komen jullie los van elkaar? Laat dan los.

3. De niet-opgeloste zouten komen aan de zijkant staan. De losse ionen zoeken weer een partner (een andere dan daarnet). Let op: als jullie zo een slecht oplosbaar zout vormen, kom je aan de kant staan!

4. De zoutoplossing wordt ingedampt. Welke zouten worden er gevormd ?

 

Je kunt ook een paar notulisten aanstellen die alle reactievergelijkingen moeten opstellen. Rouleer!

 

uitleggen

Leerlingen vergeten vaak één of meer van deze drie aspecten in een antwoord op een uitleg-vraag:

 = wat is de relevante vakkennis?

 = wat weet je uit de opgave?

 = welke conclusie trek je? 

Met name in het oefenen van het UITLEGgen van al of niet reageren van zoutoplossingen heb je een goede gelegenheid om hiermee te oefenen. Laat leerlingen hun antwoorden in tweetallen overleggen (Staat alles er in? Kan het korter?) en vervolgens in viertallen. Daarna schrijft één leerling het juist geformuleerde antwoord op het bord of levert het in via Socrative. De rest van de klas stemt voor het best geformuleerde antwoord.

micro-macro

 

Besteed aandacht aan de taal die de leerling gebruikt. Bij zouten gaat het over ion-dipool interactie: dus over IONEN en water-MOLECULEN (MICRO), en de interactie tussen de ionen.

 

Oefen met "Leg uit op microniveau:

- hoe natriumchloride in water oplost

- dat bariumsulfaat niet in water oplost

- hoe je jodide-ionen kunt aantonen in een oplossing

- hoe een vaste stof ontstaat als je soda-oplossing mengt met kalkwater