nudging in de scheikundeles

nudging?

Een "nudge" is een onzichtbaar duwtje, dat onbewust je gedrag beïnvloedt.

De term ‘nudge’ is bedacht door gedragseconoom Richard Thaler en rechtsgeleerde Cass Sunstein (Nudge: Improving Decisions About Health, Wealth, and Happiness (2008)). Het is onbewust gedrag, vaak gestuurd door visuele prikkels. Dit gedrag komt vanuit ons ‘oerbrein’.  Dit is onze automatische piloot: instinctief, emotioneel en razendsnel. In de oertijd was dit essentieel; als je een ritselend bosje zag, moest je rennen en niet eerst een risicoanalyse maken. Tegenwoordig zorgt dit systeem ervoor dat we onbewust naar die felgekleurde verpakking grijpen, lichte paniek voelen bij een ‘op = op’- aanbieding of de weg van de minste weerstand kiezen (de lift in plaats van de trap).

Tim den Heijer (reclamestrateeg) en Eva van den Broek (gedragspsycholoog) schreven hier boeken over (Het bromvliegeffect, De bromvliegmethode, Bromvliegtaal) die goed bruikbaar zijn als je zelf nudging wilt gebruiken om het gedrag van je leerlingen te sturen.

 

hoe werkt het

Mensen kiezen vaak op grond van aangeleerde patronen, visuele aanwijzingen en omdat de eerste optie nou eenmaal als eerste langskomt. Dus mensen (lees: leerlingen) kiezen voor gedrag waar je niet over na hoeft te denken, wat anderen al doen, en wat er gemakkelijk uitziet.

voorbeelden

Met een (brom)vliegje in het urinoir mikken mannen beter.

De stickers uit coronatijd werken nog altijd...

Deze prullenbak wil je graag iets geven ;-)

Moeten we nog meer zeggen?

Had je de roltrap wel gezien?

in de les

Door gebruik te maken van de gemakzucht van leerlingen, visuele prikkels en aangeleerde gewoontes, kan je als docent veel energie besparen!

GEMAK

Je staat bij de deur in je labjas, veel leerlingen doen zonder dat je iets zegt een labjas aan.

"Kies je voor 3 moeilijke of 10 makkelijke opdrachten?"

Gebruik korte zinnen zoals "ga zitten", "boek", "nee". De ik-boodschap bevat teveel woorden om in een leerlingbrein effectief verwerkt te worden.

gewoonte

Er staat een (eenvoudige) opdracht op het bord als de klas binnenkomt. Veel leerlingen beginnen er direct aan ("ik zie opdracht, ik maak opdracht").  Andere leerlingen zien klasgenoten werken en pakken ook hun spullen.

Spreek af dat ALLE leerlingen hun vinger moeten opsteken als je een vraag stelt. Dat vraagt weinig denkwerk, en traint de beweging. Bovendien heb je snel zicht wie er wel en niet luistert naar je verhaal. Het effect is groot!

Je wilt een lastige leerling vooraan zetten. Op de voorste tafel zet je een "gereserveerd" bordje, niemand anders gaat er nu zitten.  Je wijst de lastige leerling er op: "ik heb deze tafel voor jou gereserveerd."

Visueel

Elke keer als je wilt dat leerlingen extra aandacht schenken aan wat ze doen, laat je dit plaatje zien.

In de kast waar  leerlingen hun glaswerk terugzetten, staan al voorbeelden.